|
Basishypothesen van de Studiecommissie voor de
Vergrijzing
Voor het uittekenen van de begrotingsstrategie op lange
termijn baseert de regering zich onder meer op de ramingen van de kost van
de vergrijzing opgemaakt door de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Deze
commissie actualiseert jaarlijks haar ramingen omtrent de evolutie van de
sociale uitgaven op lange termijn. De hypothesen die ze hiervoor als basis
gebruikt zijn:
BIJLAGE 2
Basishypothesen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing |
|
Demografisch scenario |
2030 |
2050 |
|
|
Vruchtbaarheidsgraad |
1,69 |
1,74 |
|
|
Levensverwachting bij de geboorte: mannen |
80,9 |
83,9 |
|
|
Levensverwachting bij de geboorte: vrouwen |
86,4 |
88,9 |
|
|
Migratiesaldo |
17 062 |
17 127 |
|
Sociaal-economisch scenario
(per geslacht en leeftijdsklasse, invloed van het verouderen van de
opeenvolgende generaties) |
|
|
Scholingsgraad |
Gehandhaafd op het
niveau van de recentste waarneming |
|
|
Potentiële activiteitsgraden: mannen |
Modellering die
rekening houdt met cohorten en overgangsprobabiliteiten tussen
sociaal-demografische categorieën, per geslacht en leeftijdsklasse |
|
|
Potentiële activiteitsgraden: vrouwen |
|
|
Overstap uit beroepsbevolking naar:
invaliditeit, oudere werklozen, brugpensioen, pensioen |
|
Macro-economisch scenario
(op lange termijn) |
|
|
Toename van productiviteit en jaarloon per
tewerkgestelde |
1,75% per jaar |
|
|
|
|
Structurele werkloosheidsgraad in 2030 (inclusief oudere niet-werkzoekende werklozen) |
8 % |
|
|
|
|
Werkgelegenheidsgraad in 2030 (% van de
bevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar) |
69,2 % |
|
|
|
Sociaal-beleidsscenario's (op
lange termijn) |
|
|
Loongrens |
1,25% per jaar |
|
|
|
|
Minimumrecht per loopbaanjaar |
1,25% per jaar |
|
|
|
|
Welvaartsaanpassing (algemene regeling) |
0,5 % |
|
|
|
|
Binding aan de welvaart van de forfaitaire
bedragen |
1,0 % |
|
|
|