NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2011 - 2014

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image Traject 2011-2014 breadcrumb image Structurele afbouw van het overheidstekort in lijn met de Europese aanbevelingen

Structurele afbouw van het overheidstekort in lijn met de Europese aanbevelingen

In het kader van de procedure bij buitensporige tekorten, beveelt de Europese Raad de Belgische overheid aan het structureel tekort met gemiddeld 0,75 % van het bbp per jaar af te bouwen over de periode 2010-2012.

Het voorgestelde traject voorziet in een gecumuleerde structurele verbetering van het vorderingensaldo met 1,5 % over de periode 2010-2012.

Belangrijk hierbij is dat voor 2012 niet-structurele factoren het vorderingensaldo zullen beïnvloeden, terwijl ze in de methodologie van de Europese commissie niet als tijdelijke factoren in aanmerking worden genomen. Het betreft met name:

· het effect van de relatieve prijzen, die de overheidsfinanciën in 2012 ongunstig beïnvloeden, gelet op de versnelde inflatie in 2011; die uitgestelde effecten van de inflatie komen vooral tot uiting bij de overheidsuitgaven en de sociale uitkeringen alsook bij de ontvangsten inzake personenbelasting wegens de uitgestelde indexering van de belastingschalen;

· het effect van de electorale cyclus van de plaatselijke overheden ten belope van 0,2 à 0,3 % van het bbp; deze factor beïnvloedt hoofdzakelijk de investeringen van dit overheidsniveau.

Overigens, zolang de economische groei rond de potentiële groei schommelt, engageert de regering zich uitdrukkelijk om in 2012 aan de voorwaarden te voldoen die toelaten om een einde te maken aan de procedure van buitensporige tekorten.

Over de periode 2013-2014 zou de structurele verbetering van het vorderingensaldo 1,4 % bedragen, overeenkomstig de eisen van de Europese raad.

TABEL 17
Samenstelling van het structureel vorderingensaldo
In % bbp 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Bbp-groei tegen constante prijzen -2,8 2,1 2,0 2,3 2,1 2,3
2. Werkelijk vorderingensaldo -6,0 -4,1 -3,6 -2,8 -1,8 -0,8
3. Rentelasten 3,6 3,4 3,5 3,6 3,7 3,7
4. Eenmalige en andere tijdelijke maatregelen -0,9 -0,1 0,0 -0,1 0,0 0,0
5. Potentiële bbp-groei 1,4 1,5 1,6 1,6 1,7 1,8
  Bijdrage tot de potentiële groei:
  - arbeid 0,5 0,5 0,5 0,4 0,4 0,4
  - kapitaal 0,3 0,3 0,4 0,5 0,4 0,5
  - totale factorproductiviteit 0,5 0,5 0,6 0,7 0,8 0,8
6. Output gap -3,1 -2,7 -2,2 -1,6 -1,2 -0,6
 7. Cyclische component van de begroting -1,7 -1,4 -1,2 -0,8 -0,6 -0,3
8. Cyclisch gecorrigeerd vorderingensaldo (2-7) -4,3 -2,7 -2,4 -2,0 -1,2 -0,5
9. Cyclisch gecorrigeerd primair saldo (8+3) -0,7 0,7 1,1 1,6 2,5 3,2
10. Structureel saldo (8-4) -3,4 -2,6 -2,4 -1,9 -1,2 -0,5

De structurele component van het vorderingensaldo is gebaseerd op een gemiddelde raming van de potentiële groei van 1,6 % over de periode 2010-2012 en van 1,8 % over de periode 2013-2015. Op te merken valt dat die macro-economische variabele lager blijft dan de potentiële groei vóór de financiële crisis, die rond 2 % schommelde. De financiële crisis heeft de potentiële groei inderdaad blijvend aangetast, onder meer via een daling van de kapitaalvoorraad en een stijging van de structurele werkloosheid, die zich uit in een verlies van menselijk kapitaal.

Die ramingen blijven evenwel heel onzeker, onder meer wegens de mogelijke impact van de economische en financiële crisis op de potentiële groei van de economie. Voorts hangt de mate waarin de daling van de potentiële groei ingevolge de financiële crisis en de vergrijzing van de bevolking structureel en permanent zal zijn, af van de maatregelen op het vlak van economisch beleid die de verschillende beleidsniveaus nemen en zullen nemen. In die context heeft de Belgische overheid de ambitie om enerzijds de werkgelegenheidsgraad blijvend op te trekken en anderzijds de maatregelen ter bevordering van R&D-uitgaven in het kader van de strategie EU2020 te versterken (zie nationaal hervormingsprogramma). Die maatregelen zouden het mogelijk moeten maken de potentiële groei van de Belgische economie duurzaam te ondersteunen.

Voorts blijft de Belgische overheid de ambitie koesteren om zo snel mogelijk de MTO te halen, namelijk 0,5 %, en aldus een deel van de vergrijzingskosten te prefinancieren. De MTO beperkt er zich dus niet toe louter het structureel evenwicht van de overheidsfinanciën te herstellen maar wel op een structurele manier overschotten te boeken. De Belgische overheid is immers van oordeel dat het van essentieel belang is de vergrijzingskosten een billijke manier te verdelen tussen de generaties teneinde te voorkomen dat de toekomstige generaties een onevenredig zware last moeten dragen.
 

Laatste wijziging : 11-07-2011
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy