|
Vooruitzichten 2011-2014
Het Federaal Planbureau verwacht
een groei van 2% in 2011 en 2,3% in 2012. Het verwacht dus dat België
beter blijft presteren dan het gemiddelde van het eurogebied, zoals kon
worden waargenomen in 2009 en 2010. Ook het laatste
consensusvooruitzicht in het Belgian Prime News van januari – dat de
gemiddelde vooruitzichten weergeeft die de grote financiële instellingen
in België hanteren – verwacht dat België een hogere groei zal kennen dan
de eurolanden en voorspelt een economische groei van 2% in 2011. Daar er
onzekerheid is over de projecties acht de regering een groei van 2% op
middellange termijn realistisch.
|
TABEL 2 Gedetailleerde macro-economische vooruitzichten op middellange termijn |
|
% verandering, tenzij anders aangegeven |
2010
In miljard euro |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
1. Bbp-groei tegen constante prijzen |
289,0 |
2,1 |
2,0 |
2,3 |
2,1 |
2,3 |
|
2. Bbp in lopende prijzen (in miljard euro) |
351,4 |
3,6 |
4,0 |
4,3 |
3,9 |
4,3 |
|
Componenten van het reëel bbp |
|
3. Consumptieve bestedingen van de particulieren |
150,4 |
1,4 |
1,5 |
1,7 |
1,7 |
1,8 |
4. Consumptieve bestedingen van de overheid
|
62,8 |
1,1 |
1,1 |
2,1 |
1,9 |
2,0 |
|
5. Bruto vaste kapitaalvorming |
61,3 |
-1,9 |
2,9 |
3,4 |
1,5 |
2,4 |
|
6. Veranderingen in voorraden en netto aankoop activa |
0,1 |
0,1 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
7. Uitvoer van goederen en diensten |
249,9 |
10,1 |
4,6 |
4,4 |
4,7 |
4,9 |
|
8. Invoer van goederen en diensten |
236,1 |
7,8 |
4,2 |
4,3 |
4,3 |
4,6 |
|
Bijdrage aan de groei van het reëel bbp |
|
9. Finale bestedingen (3+4+5) |
- |
0,2 |
1,5 |
2,1 |
1,7 |
1,9 |
|
10. Waarvan: Veranderingen in
voorraden en netto aankoop activa |
- |
-0,5 |
-0,1 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
11. Externe balans goederen en diensten |
- |
1,9 |
0,5 |
0,2 |
0,4 |
0,4 |
|
Bron: Federaal Planbureau |
De herneming is zichtbaar in
de verschillende sectoren. De binnenlandse vraag wordt verwacht
sterk bij te dragen aan de bbp-groei. Ook de uitvoer blijft een
belangrijke motor. Na een toename van 10% in 2010, zal de
exportgroei terugkeren naar een meer gematigd niveau op middellange
termijn. De toename is echter kleiner dan de groei van de
exportmarkten zodat er marktaandeel verloren gaat. Voorlopig blijft
er toch een overschot op de handelsbalans. Door het toegenomen
vertrouwen wordt verwacht dat ook de investeringen in belangrijke
mate zullen toenemen, met een versnelling in 2012, ondanks de
verhoogde rentevoeten.
|
TABEL
3
Prijsevolutie op middellange termijn |
|
% verandering
|
2010 (2000=100) |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
1. Deflator bbp |
121,6 |
1,5 |
1,9 |
1,9 |
1,8 |
1,9 |
|
2. Deflator consumptieve bestedingen van de particulieren |
122,6 |
2,3 |
3,3 |
1,9 |
1,9 |
2,0 |
|
3. Evolutie HICP |
122,7 |
2,3 |
3,5 |
1,9 |
1,9 |
2,0 |
|
4. Deflator consumptieve bestedingen van de overheid |
136,4 |
1,3 |
2,8 |
2,3 |
1,9 |
2,0 |
|
5. Deflator investeringen |
116,0 |
0,8 |
1,8 |
1,6 |
1,5 |
1,7 |
|
6. Deflator uitvoer van goederen en diensten |
113,8 |
4,4 |
4,2 |
2,1 |
1,9 |
2,2 |
|
7. Deflator invoer van goederen en diensten |
115,5 |
6,2 |
6,2 |
2,1 |
1,9 |
2,2 |
|
Bron: Federaal Planbureau |
Het Planbureau verwacht een
versnelde inflatie in 2011, met een stijging van de geharmoniseerde
consumptieprijsindex van 3,5%. Deze zou in 2012 terugvallen tot 1,9% en
op dat niveau blijven op middellange termijn. De prijsstijgingen in
België zijn significant hoger dan het gemiddelde van het eurogebied,
zeker wat 2011 betreft. De prijsindex in België is namelijk gevoeliger
aan stijgingen van grondstofprijzen, in het bijzonder die van olie. Dit
kan worden verklaard door de hoge energieconsumptie van gezinnen, de
relatief lage accijnzen en de sterke en snelle doorrekening van
energieprijsstijgingen in de gas- en elektriciteitstarieven. De federale
regering heeft in deze context onlangs de eerste maatregelen genomen om
de volatiliteit van de energieprijzen te verminderen (zie hoofdstuk 7).
Ook in de toekomst zal de
olieprijs in belangrijke mate het prijsniveau bepalen. Hier spelen een
aantal onzekerheden, onder meer de impact van de politieke omwentelingen
in Noord- Afrika op de olieleveringen en de olieprijzen.
|
TABEL
4
Ontwikkelingen op de
arbeidsmarkt |
|
% verandering, tenzij anders vermeld |
2010
Niveau |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
1. Binnenlandse werkgelegenheid |
4.466,6 (a) |
0,6 |
0,9 |
0,9 |
1,0 |
1,1 |
|
2. Aantal gewerkte uren |
6.473,2 (b) |
0,8 |
1,2 |
1,1 |
1,0 |
0,9 |
|
3. Werkloosheidsgraad (% definitie Eurostat) |
8,4 |
8,4 |
8,3 |
8,3
|
8,1 |
8,0 |
|
4. Arbeidsproductiviteit per persoon |
64.700 (c) |
1,4 |
1,1 |
1,4 |
1,1 |
1,3 |
|
5. Arbeidsproductiviteit per uur |
44,6 (c) |
1,2 |
0,8 |
1,2 |
1,1 |
1,4 |
|
6. Beloning van werknemers (ESR-code D1) |
182 (d) |
1,6 |
4,3 |
3,8 |
4,3 |
4,8 |
|
7. Beloning per werknemer |
48.700 (c) |
1,0 |
3,3 |
2,7 |
3,1 |
3,5 |
|
(a) duizenden - (b) miljoen uren - (c) EUR - (d)
miljard EUR |
|
Bron: Federaal Planbureau |
De impact van de economische
crisis op de werkgelegenheid is relatief beperkt gebleven in België.
Dit wordt verklaard door de werking van de automatische
stabilisatoren, door het intensieve gebruik van federale en
gewestelijke anticrisismaatregelen zoals het stelsel van de
tijdelijke werkloosheid, het crisis-tijdskrediet en de
crisis-arbeidsduurvermindering, de vermindering van de loonkosten
voor de werkgever van bepaalde doelgroepen (het winwinplan) en
bepaalde bijkomende anticrisismaatregelen, met name de gerichte
fiscale maatregelen ten gunste van arbeidsintensieve sectoren zoals
de horeca en de bouw, hoofdzakelijk tijdens de eerste fase van de
crisis. De totale werkgelegenheid wordt verwacht toe te nemen met
0,9% in zowel 2011 als 2012 wat beter is dan de verwachtingen in de
eurozone (stijgingen van respectievelijk 0,4% en 0,8%). Ook op
middellange termijn wordt verwacht dat deze groei zal blijven
aanhouden. Als gevolg van deze gunstige evolutie wordt ook een
daling van de werkloosheidsgraad voorspeld, namelijk van 8,4% in
2010 tot 8% in 2014 bij ongewijzigd beleid (definitie Eurostat).
|