Inleiding
De financiële en economische crisis heeft
de overheidsfinanciën gevoelig verslechterd. Vandaag zijn 23 van de 27
lidstaten van de Europese Unie onderworpen aan de procedure bij
buitensporige tekorten. België maakt sinds 2 december 2009 deel uit van deze
groep landen.
In het kielzog van de financiële en
economische crisis verloren de euro en de economische en monetaire unie de
laatste maanden aan geloofwaardigheid. Als antwoord hierop heeft de Europese
overheid beslist het economisch bestuur te hervormen, de strategie van
Lissabon te hertekenen (EU2020) en het Europees semester in te voeren. Die
nieuwe coördinatie ex ante zorgt voor een sterkere samenhang tussen
enerzijds het nationaal hervormingsplan, waarin de krachtlijnen van het
economisch en sociaal beleid worden uiteengezet en anderzijds het
stabiliteitsprogramma, waarin het beleid wordt uiteengezet om tot een
duurzame gezondmaking van de overheidsfinanciën te komen.
Tegen deze nieuwe achtergrond stelt de
Belgische overheid haar nationaal hervormingsprogramma en
stabiliteitsprogramma voor.
Als men uitgaat van de publicatie van het
Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) zijn de begrotingsresultaten
voor 2010 heel wat beter dan de doelstelling die aanvankelijk in het
stabiliteitsprogramma van januari 2010 was vooropgesteld. Met een
vorderingensaldo van - 4,1 % van het bbp in 2010 tegenover -5,9 % in 2009 en
een structurele verbetering schommelend tussen 0,8 % en 1,3 % van het bbp
naargelang van de gevolgde methodologie, ligt België 1 jaar voorop op het
aanvankelijke traject voor de gezondmaking van de overheidsfinanciën.
Bovendien is de toename van de overheidsschuld in 2010, namelijk een
stijging met 0,6% van het bbp tot 96,8% van het bbp, wellicht de geringste
in de eurozone.
De verbetering van het vorderingensaldo
van de overheid is weliswaar te wijten aan het feit dat de economische
activiteit zich krachtiger dan verwacht heeft hersteld. In 2009 daalde het
bbp nog met 2,7 %, terwijl nu een stijging met 2,1 % wordt waargenomen. De
economische activiteit profiteert dus ten volle van de dynamiek van de
wereldeconomie en steunt op een goed presterende arbeidsmarkt, onder meer
dankzij de crisismaatregelen van de Belgische overheid. Naast de budgettaire
behoedzaamheid dragen ook de uitvoering van de maatregelen uit de
meerjarenbegroting 2010-2011, goed voor 1 % van het bbp in 2011, alsook de
maatregelen van de gefedereerde entiteiten bij tot de merkelijke verbetering
van de Belgische overheidsfinanciën.
Op 24 maart 2011 keurde de federale
regering de begroting 2011 goed, waarin begrotingsmaatregelen ten belope van
0,6 % van het bbp zijn vervat. De Belgische overheid wil zijn verbintenissen
nakomen wat de procedure bij buitensporige tekorten betreft. In het
bijzonder in dit nieuwe stabiliteitsprogramma houdt de Belgische overheid
sterk vast aan zijn toezegging om het overheidstekort uiterlijk tegen 2012
onder de drempel van 3% van het bbp te brengen en tegen 2015 opnieuw tot een
begroting in evenwicht te komen. België stelt een saneringstraject voor dat
zelfs versneld wordt in vergelijking met het voorgestelde traject in het
stabiliteitsprogramma van januari 2010.
Met een doelstelling van een tekort van
3,6 % van het bbp in 2011 heeft de Belgische overheid de ambitie om de
endogene schuldgraad te stabiliseren en om vanaf 2012 de schuldgraad van de
gezamenlijke overheid te beginnen afbouwen. Als het economisch klimaat beter
zou uitvallen dan aangenomen in dit programma, is de federale regering
overigens vastbesloten de extra ontvangsten en de lagere uitgaven die
daaruit voortvloeien, te gebruiken om het tekort sneller af te bouwen.
Bovenop de begrotingsmaatregelen zal de
gezondmaking van de overheidsfinanciën voornamelijk stoelen op de
tenuitvoerlegging van economische en sociale hervormingen om de
werkgelegenheidsgraad en de duurzame en inclusieve groei te doen toenemen,
overeenkomstig de strategie EU2020 en het Euro Plus-pact. De eerste
beslissingen terzake worden meer in detail uiteengezet in dit
stabiliteitsprogramma en in het nationaal hervormingsprogramma.
De regering in lopende zaken verbindt er
zich ten volle toe het traject te respecteren dat in dit
stabiliteitsprogramma is uitgestippeld. Het gaat om een voorzichtig traject.
Het zal de volgende regering toekomen het
traject eventueel bij te sturen en concrete maatregelen te nemen om de
overheidsfinanciën duurzaam te saneren.