|
Het antwoord van België op de aanbevelingen
Op 2 december 2009 werd tegen België, voor het
eerst sinds de economische en monetaire unie van start is gegaan, een
procedure bij buitensporige tekorten aangespannen. Momenteel bevinden 22
andere lidstaten zich in dat geval.
Tegen deze achtergrond heeft de Europese Raad van
2 december 2009 de Belgische overheid aanbevolen uiterlijk in 2012 een
einde te maken aan de procedure bij buitensporige tekorten en hiertoe
een gemiddelde structurele inspanning van 0,75 % van het bbp per jaar te
leveren. Daarnaast gaf de Europese Raad ook de aanbeveling zo vlug
mogelijk werk te maken van de uitvoering van de maatregelen uit de
meerjarenbegroting 2010-2011.
In januari 2010 heeft België een
stabiliteitsprogramma voorgelegd dat enerzijds voorzag in het einde van
de procedure bij buitensporige tekorten tegen uiterlijk 2012 en
anderzijds in een evenwicht van de overheidsfinanciën in 2015. Op de
Europese Raad van juli 2009 waren de staatshoofden en regeringsleiders
de mening toegedaan dat België de aanbevelingen had opgevolgd (zie
bijlage).
Sindsdien meent de Belgische overheid dat zij
gunstig gevolg blijft geven aan de Europese aanbevelingen, en wel om
volgende redenen:
· De begrotingsresultaten voor 2010 zijn
duidelijk beter dan de doelstelling uit het stabiliteitsprogramma
van 2010: aanvankelijk was het vorderingensaldo van de overheid
geraamd op -4,8 % van het bbp en het is uitgekomen op -4,1 %. Zo
heeft België een voorsprong van een jaar op de aanvankelijke
doelstellingen.
· België heeft (op basis van de momenteel
beschikbare gegevens), gelet ook op zijn actief beheer van de
overheidsschuld, de kleinste stijging van de overheidsschuld binnen
de eurozone. Die schuldgraad bedraagt 96,8% van het bbp in 2010,
tegenover 96,2% van het bbp in 2009.
· De verbetering van het structureel saldo in
2010 schommelt tussen 0,8 % van het bbp en 1,3% van het bbp
naargelang van de gebruikte methodologie.
· Voorts voorziet de begroting 2011 in een
tekort van -3,6% van het bbp voor de gezamenlijke overheid, wat 0,5%
van het bbp beter is dan gepland in het stabiliteitsprogramma van
2010. Dankzij die doelstelling kan de endogene schuldgraad worden
gestabiliseerd. Bij de opmaak van de begroting 2011 ging de overheid
uit van een tekort van -4,5% van het bbp in 2010. Het is dus niet
uitgesloten dat de begrotingsresultaten in 2011 ook beter zouden
uitvallen dan vooropgesteld.
· De regering houdt sterk vast aan haar toezegging om uiterlijk
tegen 2012 aan de voorwaarden te voldoen die toelaten om een einde
te maken aan de procedure bij buitensporige tekorten.
Grafiek 2: vorderingensaldo en
overheidsschuld (in % van het bbp)


Bronnen: stabiliteitsprogramma 2010,
Instituut voor de Nationale Rekeningen (2011)
|