|
De macro-economische uitdagingen
De fundamentals van de Belgische economie zijn gezond.
· België tekende een gemiddelde groei van het
bbp op van 1,6 % over de periode 2000- 2010 tegen 1,4 % voor de
eurozone. De groeiverwachtingen voor 2011 lijken ook hoger te liggen
dan het gemiddelde van de eurozone (2 % tegen 1,7 %).
· In 2010 bereikte de werkloosheidsgraad in
België 8,4 %, wat lager is dan het gemiddelde van de eurozone (10
%). In 2011 zou de werkloosheid opnieuw moeten afnemen tot 8,3 %.
· Inzake buitenlandse prestaties kan België
vrij goede resultaten voorleggen in de Europese context. In 2008 was
het saldo van de lopende verrichtingen van België bijna in evenwicht
door het gecombineerd effect van de krachtige binnenlandse vraag en
de verliezen inzake ruilvoeten ingevolge de stijging van de
grondstofprijzen. In 2009 is dat saldo opnieuw positief en volgens
de vooruitzichten zal dat ook in 2011 zo blijven. Voor de netto
buitenlandse tegoeden, tekent België een nettosaldo op van meer dan
50 % van het PIB, wat beduidend hoger is dan het Europees
gemiddelde.
· Wat de schuld van de privésector betreft,
valt geen enkel onevenwicht waar te nemen:
- de spaarquote van de gezinnen (in % van
het beschikbaar inkomen) bedroeg 17,2% in 2010;
- in 2010 bedraagt de schuldgraad van de
gezinnen in België om en bij de 54 % van het bbp en die van de
ondernemingen bijna 43 % van het bbp(1).
Ondanks die gezonde fundamentals is de Belgische overheid zich bewust
van bepaalde zwakheden van zijn economie, onder meer op het vlak van de
arbeidsmarkt, de vergrijzingskosten (zie hoofdstuk 6 over de
houdbaarheid van de overheidsfinanciën) en het concurrentievermogen.
In die context verbindt de Belgische regering er zich toe in de komende
twaalf maanden een sluitend antwoord te bieden op de 4 prioriteiten die
de Staatshoofden en de regeringsleiders hebben vooropgezet.
De maatregelen die de regering onlangs heeft genomen bieden trouwens al
een gedeeltelijk antwoord op die prioriteiten.
Concurrentievermogen en arbeidsmarkt versterken
De regering heeft op 11 februari een
principeakkoord bereikt over een pakket arbeidsmarktmaatregelen in het
kader van de tweejaarlijkse onderhandelingen over de lonen in de
privésector. Op 25 februari zijn de uitgewerkte teksten van dat akkoord
in eerste lezing op de ministerraad verschenen. Op dit moment is het
wetsontwerp ter goedkeuring in het parlement.
· De regering heeft een loonnorm opgelegd
voor de hele private sector die de reële loongroei over de periode
2011-2012 beperkt tot 0,3%. De loonsverhoging wordt bovendien
toegekend in 2012.
· België wordt gekenmerkt door een
verschillende bescherming tussen arbeiders en bedienden. Er wordt
een aanvang gemaakt met het wegwerken van verschillen in
arbeidsrechterlijke regels tussen arbeiders en bedienden.
Verschillende maatregelen zullen geleidelijk in werking treden,
sommige reeds startend in 2011: arbeiders die ontslagen worden
krijgen een ontslagpremie; ook bedienden zullen bij gebrek aan werk
tijdelijk werkloos kunnen worden gesteld door hun werkgever. En
vanaf 2012 worden de opzeggingstermijnen voor arbeiders langer, deze
van hoogbetaalde bedienden korter. Voorts zal een beperkte
belastingvrijstelling in werking treden voor de verloningen en/of
uitkeringen die worden uitbetaald in het kader van een gepresteerd
en/of niet-gepresteerd ontslag vanaf 1 januari 2012. Deze
vrijstelling zal tot een bedrag van 600 euro gaan in 2012 en 2013 en
tot 1200 euro in 2014(2).
· De werknemers die het minimumloon ontvangen
genieten een netto verhoging van 120 EUR per jaar via een
belastingkrediet ten belope van een vast percentage van de
effectieve vermindering van de persoonlijke
socialezekerheidsbijdragen. Om tax spikes te vermijden wordt de
belastingsvermindering gradueel afgebouwd voor werknemers met een
loon dat iets hoger ligt dan het minimumloon. De regeling geldt
vanaf 1 april. Door deze maatregel is het mogelijk de
werkloosheidsval te beperken en het zo gemakkelijker te maken voor
werklozen om terug te keren naar de arbeidsmarkt.
· Er komt een evaluatie van het generatiepact
voor oktober 2011. Op dit moment kunnen mannen na een loopbaan van
37 jaar en vrouwen na een loopbaan van 33 jaar op brugpensioen.
Indien blijkt dat de werkgelegenheidsgraad voor 50-plussers niet 1,5
keer sneller gestegen is dan in de EU, bepaalt de wet dat de
loopbaanvoorwaarde om op brugpensioen te kunnen verstrengd wordt tot
40 jaar. Indien de werkgelegenheidsgraad voor 50-plussers wel 1,5
keer sneller gestegen is dan in de EU, zou voor mannen vanaf 2012 de
loopbaanvoorwaarde opgetrokken worden tot 38 jaar, en voor vrouwen
vanaf 2012 de loopbaanvoorwaarde opgetrokken worden tot 35 jaar en
vanaf 2014 tot 38 jaar.
· Het systeem van tijdelijke werkloosheid
voor bedienden is permanent gemaakt. Daarnaast wordt er aan de
sociale partners gevraagd om een responsabiliseringsmechanisme uit
te werken voor bedrijven die het systeem van tijdelijke werkloosheid
overmatig gebruiken.
In het kader van de begroting is een actieplan
goedgekeurd dat de vrijwillige terugkeer van arbeidsongeschikten naar de
arbeidsmarkt bevordert:
· De inhoudingen op de uitkering in geval van
deeltijdse werkhervatting zullen worden aangepast zodat men een
uitkering en een werkhervatting gemakkelijker zal kunnen combineren.
· De procedures voor de toegestane
werkhervatting worden vereenvoudigd door het voorafgaand karakter
van de toelating om het werk te hervatten, te schrappen en te
vervangen door een toelating a posteriori.
· De financiële stimulans voor
arbeidsongeschikten om een opleiding te volgen wordt verhoogd.
· De kwaliteit en de samenhang van de
medische evaluatie van de arbeidsongeschiktheid wordt eveneens
verbeterd.
Mededinging & Energiemarkt
· In het kader van de omzetting van de derde
energierichtlijn, goed te keuren op ministerraad van 15 april, wordt
de werking van de energiemarkt verbeterd. Voor de wijzigingen aan de
indexeringsformules van elektriciteits- en gasleveranciers komt er
een ex-ante controle door de CREG, voor prijswijzigingen ten gevolge
van de indexeringsformule, die voortaan slechts om de drie maanden
kunnen gebeuren, komt er een ex-post controle. Deze maatregelen
zouden de volatiliteit van de energieprijzen moeten afremmen.
· Om de stijgende inflatie het hoofd te
bieden heeft de federale Regering bij de begroting 2011 beslist om
het Prijsobservatorium extra bevoegdheden te geven om de
prijsevolutie van bepaalde producten te monitoren. De
mededingingsautoriteit kan daarbij onderzoeken vragen aan het
Prijsobservatorium en steunen op de analyses van dat observatorium
in het kader van haar onderzoeken naar inbreuken op de
mededingingswetgeving.
De houdbaarheid van de overheidsfinanciën verzekeren
Zie hoofdstuk 6.
De financiële stabiliteit versterken
In de context van de financiële crisis die alle financiële centra en de
wereldeconomie heeft aangetast heeft de regering zich voorgenomen
enerzijds het financiële toezicht te hervormen en anderzijds in
juridische instrumenten te voorzien om het globaal risico van de
financiële sector terug te dringen.
Hervorming van het toezicht
De wetgever wilde lessen trekken uit de financiële crisis en de
structuur van het financieel toezicht in België in dezelfde richting
laten evolueren als de hervormingen in diverse Europese landen.
De wetgever heeft aldus gekozen voor het bipolaire controlemodel, « Twin
Peak » genaamd. Sinds 1 april ziet de structuur van het toezicht op de
financiële sector er als volgt uit:
· De Nationale Bank van België staat in voor
de vrijwaring van de macro- en microeconomische stabiliteit van het
financieel systeem. De NBB is dus voortaan belast met het
individueel prudentieel toezicht op de financiële actoren. Hij zorgt
er aldus voor dat, onder zijn toezicht, de financiële instellingen
financieel gezond zijn dankzij eisen onder meer op het vlak van
solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit. De financiële
instellingen die onder het prudentieel toezicht van de NBB vallen
zullen door hem worden erkend.
· De FSMA (Financial Services and Markets
Authority) - voorheen CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en
Assurantiewezen) – blijft haar traditionele opdracht vervullen van
bewaakster van de goede werking, de transparantie en de integriteit
van de financiële markten en van het onrechtmatig aanbod van
financiële producten en diensten. Voorts zal zij ook toezien op de
naleving van de gedragsregels voor financiële tussenpersonen
teneinde te zorgen voor een eerlijke, billijke en professionele
behandeling van de klanten.
Het Comité voor systeemrisico's en systeemrelevante financiële
instellingen die sinds het laatste kwartaal van 2010 belast was met het
toezicht op de zogenaamde systeemrelevante instellingen ruimt dus plaats
voor een grondige hervorming van de structuur van het financieel
toezicht in België.
Dat model heeft verschillende voordelen, waaronder het voorkomen van
belangenconflicten tussen het microprudentieel toezicht en de
bescherming van de consument. Meer fundamenteel maakt het mogelijk om
het micro- en het macroprudentieel toezicht te verenigen zodat alle
relevante informatie voor het bepalen van systeemrisico’s binnen één
instelling, de NBB, kan worden samengebracht. Die instelling is trouwens
ook de kredietverlener in laatste instantie.
De FSMA – het vroegere CBFA - van haar kant krijgt nieuwe bevoegdheden
inzake bescherming van de consument en financiële opleiding.
Versterking van de financiële regulering en het juridisch kader
Naast die grootschalige hervormingen heeft de regering - overeenkomstig
de aanbevelingen van het IMF – in een nieuw juridisch kader voorzien
waardoor ze kan interveniëren ingeval van een ernstige financiële crisis
die de financiële stabiliteit bedreigt. Dit kader zal het de regering
voortaan mogelijk maken over te gaan tot handelingen inzake afstand,
verkoop of inbreng van financiële instellingen met betrekking tot
activa, passiva of meerdere activiteitsdomeinen, of effecten of aandelen
uitgegeven door financiële instellingen al dan niet overeenkomstig een
stemrecht. Overigens zal de Staat, wanneer hij een beroep wil doen op
zijn bevoegdheden op het vlak van afstand van activa of effecten, de
rechtbank van eerste aanleg moeten inschakelen die moet nagaan enerzijds
of de akte van afstand wettelijk is en anderzijds of de vastgestelde
vergoeding billijk is. Bovendien kunnen voortaan sancties worden genomen
ingeval van verspreiding van informatie of geruchten die valse of
misleidende aanwijzingen over de situatie van een krediet-,
verzekerings- of vereffeningsinstelling kunnen geven die de financiële
stabiliteit ervan in het gedrang kunnen brengen.
De regering heeft voorts de richtlijn over het beloningsbeleid in de
financiële sector omgezet teneinde het door die instellingen genomen
risico te verminderen. De nieuwe reglementering voorziet met name in de
oprichting van een beloningscomité overeenkomstig de desbetreffende
Europese vereisten en in het feit dat de betaling van het variabele
loongedeelte het eerste jaar niet meer dan 30 % mag bedragen.
(1) België is een land
waar vele dochterondernemingen van multinationals actief zijn die er vaak
zelf hun financieel
hoofdkwartier voor de rest van Europa hebben. Er zijn
dan ook grote financiële kapitaal- en lening-flows tussen
België en het
buitenland. Voor een goed begrip van de economische realiteit is het
noodzakelijk om hiermee
rekening te houden. Zo zijn de intra-company
leningen minder belangrijk om de macro-economische stabiliteit van
een land
te beoordelen. De bovenstaande analyse is dan ook gebaseerd op de
geconsolideerde reeks statistieken
van Eurostat. De niet-geconsolideerde
reeks is voor meer lidstaten beschikbaar en wordt dan ook vaak gebruikt in
internationale vergelijkingen. De analyses op basis van niet-geconsolideerde
gegevens overschatten het
macro-economisch risico dat gelieerd is met de
brutoschuldgraad van Belgische ondernemingen. Het verschil
tussen
geconsolideerde en niet-geconsolideerde gegevens is in België immers groter
dan 100% bbp terwijl het in de
eurozone gemiddeld 16% is.
(2) Prijsindex van 2011
|